Geef een reactie

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA

Om uw reactie te plaatsen, dient u aan te geven dat u geen robot bent.

“Niet met het vingertje naar de ouders wijzen”

Denise Duijster is onderzoeker op de afdeling Sociale Tandheelkunde van ACTA. Zij houdt zich onder meer bezig met de relatie tussen opvoeding en het krijgen van cariës bij kinderen.

“Uit onderzoek van TNO blijkt dat veertig procent van de vijfjarigen in Nederland cariës heeft. Waarschijnlijk is dit een onderschatting, want we weten dat kinderen die aan dergelijk onderzoek meedoen, het vaak beter doen dan de rest. In de groep kinderen met een lage sociaal economische status (SES)) gaat het om een hoger percentage. In sommige achterstandswijken heeft zestig procent van de vijfjarigen last van cariës met gemiddeld wel zo’n vier à vijf gaatjes. Kinderen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond hebben ook meer cariës. Verder is er een lineair verband tussen het opleidingsniveau van de moeder en de hoeveelheid cariës bij het kind. Hoe hoger de opleiding, hoe minder gaatjes bij de kinderen.

Iedereen weet inmiddels wel dat je goed moet tandenpoetsen. In de voorlichting aan ouders moet je je daarom als tandarts niet alleen maar richten op het geven van kennis. Ik heb in mijn promotieonderzoek proberen te achterhalen welke barrières in het gezin het tandenpoetsen in de weg staan. Daar kun je als tandarts dan in de voorlichting rekening mee houden. Ik heb naar drie aspecten in het gezin gekeken. Allereerst naar de ouders zelf, op de tweede plaats naar de ouder-kind-interactie en communicatie in de opvoeding en als laatste naar het functioneren en de structuur van het gezin. Middels vragenlijsten en observaties heb ik deze aspecten onderzocht. Over het eerste aspect kwam naar voren dat kinderen van ouders die alles buiten zichzelf plaatsen en het idee hebben dat hun inspanning richting het kind weinig oplevert, meer cariës hebben. Volgens deze ouders is cariës een gevolg van bijvoorbeeld slechte genen of pech, waardoor ze zich minder inspannen om dit bij het kind te voorkomen. Op het gebied van de opvoeding en communicatie, heb ik gezien dat kinderen van ouders die overdreven streng zijn, meer cariës hebben. Kinderen van positief betrokken ouders zijn minder cariësactief. Qua gezinsfunctioneren heb ik ontdekt dat kinderen uit gezinnen met een minder duidelijke routine – dus wat chaotischer – meer gaatjes hebben.

De lessen die een tandarts hieruit kan trekken, is dat voorlichting gericht op alleen kennisoverdracht, niet helpt. Het is belangrijk dat je in gesprek gaat met ouders – dit hoeft niet veel tijd te kosten – over welke barrières ze thuis ervaren om de kinderen aan het poetsen te krijgen. Dan kun je op basis daarvan tips geven over hoe ze het wellicht anders kunnen aanpakken. Als een kind bijvoorbeeld niet wil poetsen, dan helpt het niet om hem in de houdgreep te nemen en te dwingen. Beter is het om complimentjes te geven of het kind te belonen met een sticker of zo. Ander bijvoorbeeld: als het ’s ochtends thuis spitsuur is, dan kan het makkelijk zijn om de tandenborstels binnen handbereik beneden op het aanrecht te zetten. Wat je in ieder geval als tandarts niet moet doen, is richting de ouders met het vingertje zwaaien dat ze het verkeerd doen. Je moet juist begrip tonen en in gesprek gaan.”

 

 

 

Thema: 
NT-number: 
2
NT-year: 
2017