Laminaat leggen doe je door de planken zwevend op een ondervloer te klikken, zonder ze vast te lijmen of te spijkeren. Met de juiste voorbereiding en een klikverbinding lukt dit voor de meeste mensen prima als doe-het-zelf-klus. Hieronder vind je een volledig stappenplan, van meten tot de laatste plank.
Wat je nodig hebt voordat je begint
Zorg dat je al het benodigde gereedschap en materiaal bij de hand hebt voordat je start. Je hebt nodig: een zaag (het liefst een afkortzaag of decoupeerzaag), een hamer, een klopblok, een trekijzer, een meetlint, een potlood en een waterpas. Daarnaast heb je ondervloer (ondertapijt of foam) nodig en uiteraard het laminaat zelf.
Koop altijd iets meer laminaat dan je oppervlak vereist. Een gangbare vuistregel is 10 procent extra voor snijverlies en afval. Bij een kamer van 20 vierkante meter bestel je dus zo’n 22 vierkante meter. Zo kom je nooit plank te kort als je een fout maakt of een beschadigde plank tegenkomt.
Voorbereiding: de ondervloer en acclimatisatie
Laminaat moet eerst acclimatiseren. Laat de gesloten pakken minimaal 48 uur in de ruimte liggen waar je ze gaat leggen. Zo past het materiaal zich aan de temperatuur en luchtvochtigheid aan en voorkom je dat de planken later krimpen of uitzetten.
De vloer eronder moet vlak, droog en schoon zijn. Gebruik een waterpas om te controleren of er hobbels of kuilen zijn. Een afwijking van meer dan 3 millimeter per 1,80 meter is te veel en moet je eerst egaliseren met een vloeregaliseringsmiddel. Op een betonvloer leg je altijd eerst een dampscherm (een PE-folie) om vocht te weren.
Rol daarna de ondervloer uit. Dit dempt geluid en zorgt voor een comfortabeler gevoel onder de voet. Veel laminaatpakken bevatten tegenwoordig een geïntegreerde ondervloer; controleer dit altijd op de verpakking. Is die er al op, dan leg je geen aparte ondervloer meer.
Laminaat leggen: het stappenplan
Begin bij de langste rechte wand, bij voorkeur de wand tegenover de deur. Leg de planken altijd in de lengterichting van het licht (dus in de richting van het raam). Dat geeft de mooiste uitstraling.
- Stap 1: bepaal de richting en start. Leg de eerste rij planken met de groefkant naar de muur. Houd aan alle zijden een expansievoeg van minimaal 8 tot 10 millimeter aan. Dit is ruimte voor uitzetting en krimp. Gebruik daarvoor afstandshouders.
- Stap 2: klik de planken in elkaar. Klik de korte kant van de planken in elkaar door ze onder een hoek van ongeveer 20 graden in de vorige plank te schuiven en naar beneden te klappen. Gebruik een klopblok zodat je de klik niet beschadigt. Sla nooit direct op de plank zelf.
- Stap 3: verstel de naden. Verstel de beginpositie van elke nieuwe rij met minimaal 30 centimeter. Zo krijg je een mooi baksteenpatroon en is de vloer ook constructief sterker. Gebruik de zaagrest van de vorige rij als beginplank van de volgende rij, mits hij lang genoeg is.
- Stap 4: de rijen vastleggen. Klik elke nieuwe rij langs de lange kant in de vorige rij. Kantel de hele rij, niet plank voor plank. Dit gaat makkelijker en geeft een betere verbinding.
- Stap 5: de laatste rij op maat zagen. Meet per plank afzonderlijk hoe breed de laatste rij moet zijn. Trek hierbij de expansievoeg af. Zaag de planken op maat en gebruik een trekijzer om de laatste rij dicht te klikken zonder de wand te beschadigen.
Rondom deuren, pijpen en hoeken
Bij deurposten zaag je de onderkant van de post iets af, zodat het laminaat eronder schuift. Dat geeft een veel nettere afwerking dan proberen omheen te werken. Gebruik een stuk laminaat als maatstok door het op zijn kant langs de post te houden en met een zaag de post op die hoogte door te zagen.
Rond verwarmingspijpen zaag je een gat dat iets groter is dan de pijp zelf. Zaag het stukje eruit als een apart blokje, klik het op zijn plek en lijm het losgezaagde stukje er weer tegenaan. Er bestaan ook speciale rozetten die het gat netjes afdekken.
Afwerking: plinten en overgangsprofiel
Zodra alle planken liggen, verwijder je de afstandshouders. De expansievoeg wordt afgedekt met een plint of een beglazingsstrip. Lijm of spijker de plint aan de wand, nooit aan het laminaat zelf. Het laminaat moet vrij kunnen bewegen.
Bij een overgang naar een andere vloer (bijvoorbeeld van laminaat naar tegels) gebruik je een overgangsprofiel. Dit profiel dek je de naden af en voorkomt dat iemand struikelt. Er zijn profielen in verschillende hoogtes voor niveauverschillen tussen twee vloeren.
Veelgemaakte fouten bij het leggen van laminaat
De meest voorkomende fout is geen of te kleine expansievoeg laten zitten. Laminaat zet uit bij warmte en vocht. Zonder ruimte gaat de vloer bobbelen. Een tweede valkuil is een slechte ondergrond. Een ongelijke vloer zorgt voor klikkende en piepende planken, ook al heb je alles netjes in elkaar geklikt. Neem de tijd voor de voorbereiding; dat betaalt zich altijd terug.
Tot slot: laminaat is niet geschikt voor ruimtes met structureel veel vocht, zoals een douche of sauna. In een badkamer of toilet kun je het soms toepassen als je watervast laminaat kiest, maar ook dan blijven de naden een zwak punt voor vochtindringing.
Met een goede voorbereiding, de juiste materialen en bovenstaand stappenplan leg je zelf laminaat in een middelgrote kamer doorgaans in een halve tot een hele dag. Neem je de tijd voor het egaliseren van de vloer en het acclimatiseren van de planken, dan ligt er een resultaat waar je jarenlang plezier van hebt.
