Iedereen kent het beeld van die mannen op een terras in Milaan of Rome. Ze nippen aan een espresso, dragen een zonnebril en zien eruit alsof ze zo uit een modeblad zijn gelopen. Het lijkt allemaal moeiteloos en toevallig. Deze nonchalante elegantie heeft zelfs een naam: sprezzatura. In Nederland kijken mannen daar vaak met een schuin oog naar. Hier wint de praktische instelling het vaak van de esthetiek, wat resulteert in vormeloze spijkerbroeken die vooral lekker moeten zitten tijdens het fietsen. Toch verandert er iets in het straatbeeld. De Nederlandse man wordt ijdeler en bewuster van wat hij draagt. De vormeloze zakken maken plaats voor een slanker silhouet. Hier komt de populariteit van Italiaanse broeken heren vandaan. Het is niet zomaar een kledingstuk, het is een filosofie over hoe kleding moet vallen. Het gaat niet om het bedekken van het lichaam, maar om het volgen van de lijnen. Dat klinkt misschien als iets voor modellen, maar in de praktijk is het een verademing voor bijna ieder postuur.
Het geheim zit in de pasvorm
Het grootste misverstand over Italiaanse mode is dat het alleen geschikt zou zijn voor mannen met maatje spillebeen. Dat is onzin. Het verschil zit hem in de snit. Een traditionele Nederlandse of Amerikaanse broek hangt vaak aan de heupen en valt recht naar beneden. Hierdoor ontstaat er vaak overtollige stof rond de bovenbenen en de billen. Dit maakt iemand optisch vaak zwaarder en korter dan hij werkelijk is. De Italiaanse snit pakt dit anders aan. De broek sluit aan. Er is minder ruimte tussen de stof en de huid, zonder dat het knelt. Dit zorgt voor een gestroomlijnd profiel. Een ander belangrijk detail is de lengte. In Nederland zijn we gewend om broeken te kopen die eigenlijk te lang zijn, waardoor de stof op de schoen gaat opfrommelen als een accordeon. Een Italiaanse broek stopt precies op de schoen of zelfs net erboven. Hierdoor oogt het geheel veel verzorgder en lijk je langer. Het is een kwestie van de juiste verhoudingen zoeken in plaats van simpelweg stof om je benen wikkelen.
Materiaal maakt het verschil
Omdat de pasvorm wat nauwer is, worden er hoge eisen gesteld aan het materiaal. Niemand wil in een dwangbuis rondlopen. Daarom wordt er bij deze stijl veel gebruik gemaakt van hoogwaardig katoen gemengd met een vleugje elastaan. Die stretch is de sleutel tot succes. Het zorgt ervoor dat de broek met je meebeweegt als je gaat zitten of loopt. Het comfort van een goede chino of pantalon in deze stijl doet vaak niet onder voor dat van een joggingbroek, terwijl de uitstraling mijlenver uit elkaar ligt. De stoffen zijn vaak zachter en hebben een mooiere afwerking. Denk aan subtiele wevingen, mooie knopen en zakken die netjes zijn afgewerkt zodat ze niet gaan gapen. Het zijn die kleine details die verraden dat er aandacht aan het ontwerp is besteed. Goedkoop is in dit segment vaak duurkoop, omdat goedkopere stoffen snel hun vorm verliezen en gaan lubberen bij de knieën.
Voor wie is deze stijl geschikt?
Er heerst soms wat drempelvrees. Mannen zijn bang dat zo’n slanke broek hun ‘probleemzones’ benadrukt. Het tegendeel is vaak waar. Een wijde broek verhult niets, maar maakt alles massief. Een goed aangesloten broek geeft vorm. Het is dus geschikt voor iedereen die er verzorgd uit wil zien, ongeacht leeftijd of beroep. Voor de zakelijke man is het een uitkomst. Het pak wordt steeds minder de standaard op kantoor, maar in een oude spijkerbroek aankomen kan ook niet altijd. Een nette Italiaanse broek met een overhemd en een colbert is de perfecte tussenweg. Het is representatief zonder stijf te zijn. Maar ook in de vrije tijd werkt het.
