Begin met het leggen van laminaat altijd aan de langste, rechte wand van de kamer, met de planken evenwijdig aan het invallende licht vanuit het raam. Dit geeft de vloer de meest natuurlijke uitstraling en zorgt ervoor dat de naden minder opvallen. Wil je weten waar je precies start, welke kant op je werkt en hoe je de eerste rij recht krijgt? Dan vind je hieronder een stap-voor-stap uitleg.
Laminaat leggen: waar beginnen en welke richting kiezen?
De meest gebruikte startpositie is de linkse hoek van de wand tegenover de deur. Je legt de eerste rij planken langs die wand, met de groefkant naar de muur toe. Zo werk je de kamer door richting de deur en hoef je nooit over al gelegd laminaat heen te lopen. De richting van de planken (de lengterichting) leg je het liefst parallel aan het licht dat door het raam naar binnen valt. Staat het raam aan de lange kant van de kamer? Dan leg je de planken in de lengterichting van de ruimte. Dat is in de meeste gevallen de meest logische en mooiste keuze.
Bij een smalle gang of een langwerpige kamer kies je altijd voor de lengterichting van de ruimte, ongeacht de lichtinval. Zo lijkt de ruimte optisch breder en verspil je minder materiaal door snijtwerk.
Voorbereiding voor je de eerste plank legt
Voordat je begint met leggen, laat je het laminaat minimaal 48 uur acclimatiseren in de ruimte waar het komt te liggen. Dit geldt voor de meeste laminaatvloeren; de verpakking van jouw specifieke merk kan een afwijkende tijd aangeven. Zo past het materiaal zich aan de temperatuur en luchtvochtigheid aan, waarna het minder snel krimpt of uitzet.
Controleer daarna de ondervloer. Die moet schoon, droog, vlak en stabiel zijn. Hoogteverschillen van meer dan 3 millimeter per strekkende meter zijn te groot; vul kuilen op of slijp hoge plekken weg. Leg vervolgens de ondervloer (ook wel onderlaag of folie genoemd) neer. Dit dempt geluid en vangt kleine oneffenheden op. Bij een betonnen ondergrond gebruik je een vochtwerende folie.
Stappenplan: de eerste rij correct plaatsen
De eerste rij is bepalend voor de rest van de vloer. Als die scheef ligt, loopt de fout door de hele kamer. Ga zo te werk:
- Meet de breedte van de kamer op en deel dit door de breedte van één plank. Zo zie je of de laatste rij heel smal uitvalt. Is die smaller dan 5 centimeter? Zaag dan de eerste rij iets smaller zodat de eerste en laatste rij ongeveer even breed zijn.
- Houd een uitzettingsvoeg van minimaal 8 tot 10 millimeter aan tussen de planken en de muur. Dit is nodig omdat laminaat werkt met temperatuur- en vochtschommelingen. Gebruik afstandshouders om deze ruimte vast te houden.
- Leg de eerste plank in de hoek links voor, met de tong naar de muur. Zet de afstandshouders aan twee zijden (muur en zijkant).
- Leg de volgende planken in de eerste rij naast elkaar door ze in de lengterichting in elkaar te klikken. Aan het einde van de rij zaag je de laatste plank op maat.
- Bewaar het resterende stuk (minimaal 30 centimeter lang) als beginplank voor de volgende rij. Dit zorgt voor een verspringende naad, wat de vloer sterker en mooier maakt.
De tweede rij en het verspringen van de naden
Begin de tweede rij met het restant van de laatste plank uit de eerste rij. Zo ontstaat automatisch een verspringend patroon. De naden tussen rijen moeten minimaal 30 centimeter van elkaar verspringen. Dit is niet alleen mooi, maar voorkomt ook dat de vloer op die punten gaat bewegen of loslaat.
Klik de planken van de tweede rij eerst in de lengterichting in elkaar en vervolgens neer in de groef van de eerste rij. Gebruik een klopblok en een hamer om de planken stevig tegen elkaar aan te tikken, zodat er geen kieren ontstaan. Tik nooit direct op de plank zelf, want dat beschadigt het kliksysteem.
Waar je op moet letten bij lastige situaties
Bij een kamer met veel hoeken, drempelstenen of vaste objecten zoals pijpen is de startpositie soms iets anders. Schets de ruimte dan op papier en bepaal van tevoren hoe je de naden wilt laten lopen. Zo voorkom je dat je halverwege een lastige zaagsnede krijgt op een slecht bereikbare plek.
Let bij radiatoren en pijpen op dat je de uitzettingsvoeg ook daar aanhoudt. Rond een pijp zaag je een gat dat iets groter is dan de pijp zelf, waarna je het opvult met een rozet.
Begin je in een kamer die aansluit op een andere ruimte met al een bestaande vloer? Controleer dan of de naden van beide vloeren mooi op een drempel aansluiten. Soms is het slim om vanuit die drempel te beginnen zodat de naden netjes lopen.
Een goede start is het halve werk bij het leggen van laminaat. Neem de tijd voor de eerste rij, controleer die met een winkelhaak of een lang richtlat, en werk de rest van de kamer systematisch verder. Dan liggen de overige rijen vanzelf recht en sluit de vloer netjes aan op alle wanden.
