Interieurontwerper

Interieurontwerper

Jan des Bouvrie is ongetwijfeld Nederlands bekendste interieurontwerper. Zou hij ook iets kunnen vertellen over het inrichten van een tandartspraktijk, vroeg het Nt zich af. We zochten hem op in Naarden Vesting, waar hij zijn ontwerpstudio en interieurzaak heeft.

De ontvangst is hartelijk. Des Bouvrie vraagt of hij een sigaartje mag opsteken. Natuurlijk mag dat. Hij toont de achterkant van een sigarendoosje. “Een vriend van mij heeft speciaal een sticker ontworpen die precies op dit doosje past en waarop ik aantekeningen kan maken. Eigenlijk is dit mijn iPad, zeg ik altijd.”

Heeft u de inrichting van een tandartspraktijk weleens op een sigarendoosje geschetst?

“Waarschijnlijk wel, want ik heb een aantal tandartspraktijken ingericht, waaronder twee groepspraktijken. Ook heb ik meerdere praktijken van tandartsen gezien, maar de inrichting daarvan valt over het algemeen tegen. De wachtkamer ziet er vaak uit alsof er een paar stoelen uit de studententijd zijn neergezet en verder niets. Ik begrijp dat ook wel, want tandartsen zijn bezig met hun vak. Ze zouden zich er meer bewust van moeten zijn hoe geweldig het is om patiënten in een mooie omgeving te ontvangen. Als je in een praktijk binnenloopt, moet je je er thuis voelen. Want iedereen is toch altijd een beetje nerveus als hij naar de tandarts gaat. Je moet een wereld creëren die rust brengt. En daar gaat het vaak fout. Praktijken worden veelal ingericht door leveranciers van units, puur praktisch en functioneel. Ze zijn er niet echt mee bezig om een omgeving met sfeer te creëren. Een tandarts die een praktijk begint, moet een interieurarchitect uitnodigen.“

Wat is het belang van een goede inrichting voor een tandartspraktijk?

“Voor jezelf als tandarts en voor de mensen waar je mee samenwerkt is het veel prettiger om in een mooie omgeving te werken. Het is dan fijn om naar de praktijk te komen. Daar wordt in de zorg te weinig aan gedacht. Ik ben in Nederland in nieuwe ziekenhuizen geweest waar belangrijke chirurgen en artsen in kleine kamers zitten zonder daglicht. Dat vind ik schandalig, bij wet mag dat niet eens. Daar moet je de arbeidsinspectie op af sturen. Er is niet over nagedacht.”

Welke ervaring heeft u met tandartsen?

“Het zijn allemaal totaal verschillende vrouwen en mannen. Mij is opgevallen dat de tandartsen van de praktijken die ik heb ingericht ook wezenlijk in de inrichting geïnteresseerd waren. Ik luister altijd heel goed naar de opdrachtgever. Ik moet weten wat ze allemaal in de praktijk gaan doen en welke sfeer ze willen creëren. Ook bouw ik een band met mijn opdrachtgever op om zo een goede balans in het ontwerp te krijgen. In het eerste gesprek met een opdrachtgever praat ik vaak helemaal niet over het interieur. Dan praten we over privézaken, kinderen of hobby’s. Ook kijk ik wat voor kleding iemand draagt en in wat voor een auto hij rijdt. Dan weet ik al wat meer over zijn smaak.”

Interieurontwerper

Wat zijn volgens u de uitgangspunten voor de inrichting van een tandartspraktijk?

“Om te beginnen moet er een goede plattegrond worden gemaakt van de wachtkamer en rest van de praktijk. Daarnaast is het essentieel om een goed lichtplan te maken. En je moet rust creëren, dat is voor de tandarts het belangrijkste uitgangspunt. Om dit voor elkaar te krijgen, moet je een interieurarchitect uitnodigen die elementen als licht, materiaal en meubelopstelling goed op elkaar afstemt. Mensen denken dat het inschakelen van een interieurarchitect veel geld kost, maar dat hoeft niet zo te zijn. Je kunt met een architect afspraken maken over wat een ontwerp mag gaan kosten. Met een goed ontwerp en plan hoef je het na een paar jaar niet weer over te doen en bezuinig je zo op kosten. Dat is het bekende verhaal van goedkoop is duurkoop. Een jonge tandarts die een praktijk begint, zou iets meer geld moeten lenen om zijn praktijk meteen goed neer te zetten, zodat hij een leuke werkomgeving krijgt waar hij twintig jaar plezier van heeft.”

Wat is de rol van de materialen die je voor de inrichting kiest?

“De materiaalkeuze is belangrijk. Als je eenvoud wilt creëren dan moet het materiaal en de uitvoering van het werk van goede kwaliteit zijn. Je moet een mooie vloer kiezen en de wanden mooi strak afwerken. Het ziet er zo armoedig uit als de wanden niet goed zijn gestuukt. Er wordt vaak maar wat aan gerotzooid, waardoor het rommelig wordt. Een tandartspraktijk moet kwaliteit uitstralen. Ik ga naar een goede tandarts voor mijn tanden, een tandarts moet naar een vakman gaan voor zijn inrichting.”

Des Bouvrie hecht aan een goed verzorgd gebit, laat hij weten. Om de drie maanden laat hij zijn tanden reinigen door een mondhygiënist. Gedurende zijn leven had hij verschillende tandartsen. Tegenwoordig gaat hij naar de praktijk van de gebroeders Kleinsman in Duitsland, volgens hem de beste tandartsen. Zij hebben zijn gebit een natuurlijke witte kleur gegeven. Niet te wit natuurlijk zegt hij, zoals bij Gerard Joling, een goede bekende van hem. “Ik zeg weleens tegen hem dat ik van wit houd, maar zo wit…… “

Over wit gesproken: u staat bekend als iemand die dat veel in interieurs gebruikt. Is er niet het gevaar dat u deze kleur te veel aan een klant opdringt?

“Ik kom niet aan de smaak van mensen. Dat wit kleeft aan mij, en daar ben ik nog heel blij mee ook, want ik heb licht in de Nederlandse huiskamers gebracht. Tegelijkertijd ben ik gek op kleur, maar als basis gebruik ik altijd wit. Dat geeft ruimte en rust. Ik vecht er al vijftig jaar voor om interieurarchitecten in te schakelen die dat kunnen creëren. In de jaren zestig en zeventig zag het er in een praktijk van een arts of tandarts vaak niet uit. Nu wordt dat langzamerhand beter. Ik zie vooruitgang, maar ik zie nog te weinig ruimtes die allure hebben.”

Wat geeft die allure dan?

“Een grote ruimte geeft allure. Door een wand weg te halen kun je soms ineens een veel grotere ruimte hebben. Mensen zijn over het algemeen geneigd om hokjes te creëren. Nederland is heel Calvinistisch, het moet allemaal gescheiden zijn. Ik heb die hokjesfilosofie eruit gegooid. Wat je echt nodig hebt in een tandartspraktijk zijn een wachtkamer en een behandelruimte. Ik heb bij een orthodontist weleens één grote behandelruimte met acht stoelen gemaakt.”

Maar dan is de privacy van een patiënt toch in het geding?

“Dat vind ik onzin. In een grotere ruimte gebeurt tenminste iets. Bij een mondhygiënist in een aparte ruimte gebeurt er weinig. Wel vind ik dat mensen die een zware behandeling krijgen hun privacy moeten hebben. Maar die gescheiden ruimtes moeten wel dezelfde sfeer hebben.”

Een bijzonder voorval in de zorg haalt Des Bouvrie graag even aan. “Mijn moeder moest geopereerd worden, het was vrij ernstig. De arts had weinig tijd waardoor het allemaal erg lang ging duren. Ik ben toen naar het ziekenhuis gegaan en zijn spreekkamer binnengelopen. Ik ben bij hem gaan zitten en zei dat hij een afschuwelijke kamer had. Hij vroeg mij wat ik eraan zou kunnen doen. Ik zei dat hij maar één andere lamp op het bureau hoefde te zetten, waardoor het al beter zouden worden. Ik heb hem toen die lamp gegeven. Hij belde me later op en zei dat die ene lamp het al veel prettiger maakte. Dat zijn van die dingen die een arts of tandarts toch door een interieurdeskundige moet laten doen.”

Eén zo’n lamp kan dus het verschil maken. Bij tandartsen zie je vaak dat ze een monitor of een kunstwerk boven de behandelstoel hangen om de patiënt te vermaken. Wat vindt u daarvan?

“Voor mij hoeft dat niet. Dat geeft onrust. Het zijn allemaal van die details die niet werken. Je moet naar het geheel kijken. Tijdens mijn eerste les van architect Gerrit Rietveld moest ik een kinderkamer ontwerpen. Toen ik het ontwerp klaar had, legde ik het bij hem op het bureau. Hij keek ernaar en reageerde: ‘Het ziet er geweldig uit, maar als je nu al het overbodige weglaat wordt het een stuk beter.’ Dat is de beste les die ik ooit heb gehad. Mensen knoeien te vaak met dingetjes en prulletjes in de inrichting. Dat vindt niemand interessant.”

tekst: Karel Gosselink; foto’s: Marcel Israel, Amsterdam

CV

Jan des Bouvrie (1942)

Studie Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam

Loopbaan

1969: eerste ontwerp door Meubelindustrie Gelderland in productie genomen

1993: vestiging ontwerpstudio in Naarden Vesting

2007: oprichting Jan des Bouvrie Academie, Saxion Hogeschool Deventer

2009: Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

2010: oprichting Jan des Bouvrie college, ROC Amsterdam

Winnaar van diverse prijzen op het gebied van interieur- en meubelontwerp.